De grondlegger van JBL was James Bullough Lansing. Lansing was een geobsedeerd en misschien wel manisch-depressief genie, die vrijwel alles uitvond wat maar binnen zijn mogelijkheden lag – tot zijn eigen naam aan toe.
Hij werd op 14 januari 1902 in Macoupin County, in de staat Illinois, geboren als James Martini als zoon van Henry Martini en Grace Erbs Martini. Macoupin County, dat ten noorden van St. Louis ligt, was een landbouw- en mijnstreek, en vader Henry Martini was mijnbouwingenieur.
Zoon James (de negende van de veertien kinderen van de Martini's) aardde naar zijn vader. Techniek en machines fascineerden hem. Het verhaal gaat dat hij rond zijn twaalfde jaar al een kleine zender bouwde waarvan het signaal sterk genoeg was om een lokaal radiostation te storen.
James volgde lager en middelbaar onderwijs in Springfield, Illinois, en studeerde er daarna ook aan een klein business college, maar behaalde nooit een officieel ingenieursdiploma. Op een bepaald moment in zijn latere jeugdjaren veranderde hij om nooit achterhaalde redenen zijn familienaam in ‘Lansing’ en zette er de naam ‘Bullough’voor (naar de naam van een gezin dat hij kende).
In de vroege jaren ’20 van de vorige eeuw werkte hij als automonteur. Na de dood van zijn moeder, eind 1924, verhuisde Lansing naar Salt Lake City. Daar had men kennelijk werk voor een ambitieuze en gedreven jongeman met kennis van en interesse voor elektrische apparaten, en James werd technicus bij een lokaal radiostation.
Maar hij wilde meer. Dus richtte hij kort na zijn aankomst in Salt Lake City de Lansing Manufacturing Company op, een bedrijf dat radioluidsprekers bouwde. Hij vond de zakenman Ken Decker bereid om de financiële en marketing zaken voor het bedrijf te regelen, waardoor Lansing zelf zich volledig kon concentreren op de technologie en de productie.
Maar Salt Lake City was niet het centrum voor elektronische producten in het zuidwesten van de Verenigde Staten, dat was Los Angeles. Daarom verhuisde Lansing begin 1927 zijn bedrijf naar deze stad.
Zijn timing bleek perfect. Op 6 oktober van dat jaar brachten Warner Brothers de eerste geluidsfilm uit: ‘The Jazz Singer’. Die film had zoveel succes dat alle studio’s in Hollywood tegelijk in de rij stonden voor geluidsinstallaties voor op de filmsets en voor hun bioscoop-ketens.
Jammergenoeg was de nieuwe technologie voor geluidsfilms nogal primitief. Voor Douglas Shearer, hoofd geluidstechniek bij Metro-Goldwyn-Mayer was het geluid vooral te zwak en onzuiver. MGM, de grootste en meest prestigieuze studio in Hollywood, was gespecialiseerd in grote musicals en andere films die een goede geluidsweergave vereisten.
Shearer raadpleegde enkele experts die hem vertelden dat Jim Lansing de ideale man was om de geluidskwaliteit van films te verbeteren. Tussen 1933 en 1935 ontwikkelden Shearer en Lansing een systeem met hoornvormige luidsprekers om het bioscoopgeluid te verbeteren. Het Shearer-Lansing systeem werkte zo goed, dat de Academy of Motion Picture Arts and Sciences het in 1936 een award gaf voor technische uitmuntendheid.
Lansing Manufacturing groeide explosief tot het moment dat Ken Decker letterlijk ‘crashte’. Decker was reserveofficier bij de Amerikaanse luchtmacht en kwam tijdens luchtgevechtsacties in 1939 om het leven.
Zonder het zakelijke talent van Decker kreeg Lansing Manufacturing het bijzonder moeilijk. In 1941 kon de oprichter het bedrijf alleen nog redden door het te verkopen.
De Altec Service Corporation, een bedrijf dat zich bezighield met onderhoud en reparaties van geluidssystemen in bioscopen, was op zoek naar een partij die onderdelen kon leveren. In december 1941 kocht Altec Lansing Manufacturing voor $ 50.000, omgerekend in huidige valuta zo’n $ 730.000.
Als Vice-President of Engineering van het tot Altec Lansing Corporation omgedoopte bedrijf kon Lansing zich weer volledig concentreren op de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Samen met zijn ontwikkelingsteam vond hij onder meer het A-4 luidsprekersysteem uit, dat de standaard werd voor bioscopen.
Maar Lansing was eraan gewend om zaken op zijn eigen manier aan te pakken en hij kwam al snel in botsing met het management van Altec Lansing. Hij had een contract voor vijf jaar, waarna hij het bedrijf verliet.
Op 1 oktober 1946 richtte hij Lansing Sound, Incorporated (LSI) op. Altec Lansing spande een gerechtelijke procedure aan omdat het gebruik van de naam ‘Lansing’ een duidelijke inbreuk vormde op de rechten van Altec Lansing op deze naam. Dus verstopte LSI de naam van haar oprichter al snel in een nieuwe bedrijfsnaam: James B. Lansing Sound, Incorporated.
Lansing startte snel met het ontwikkelen van luidsprekersystemen voor bioscopen. Zijn eerste producten waren gewoon kopieën van de luidsprekers – inclusief de modelnamen - die hij bij Altec Lansing had ontworpen.
Lansing was een briljant ingenieur met een scherp oog voor innovatieve ontwerpen en materiaalgebruik, maar een slechte zakenman. Zijn bedrijf draaide verlies en eind 1949 had het een schuld van ongeveer $ 20.000 (ongeveer $ 180.000 in dollars van nu).
Lansing had altijd al geleden onder depressies. En op 24 september 1949 was de oprichter van JBL blijkbaar zo van streek door de achteruitgang van zijn geliefde bedrijf dat hij zelfmoord pleegde.
Lansing had een levensverzekering van $ 10.000 afgesloten. Een derde ervan was voor zijn vrouw, het resterende bedrag ging naar zijn bedrijf. Met dat aandeel in het bedrijf (nu ongeveer $ 60.000 waard) begon financieel directeur William Thomas de schulden langzaam af te lossen. Begin jaren 1950 nam Thomas het aandeel in het bedrijf dat mevrouw Lansing had geërfd over en werd hij de enige eigenaar.
Thomas wist dat hij een grote troef in handen had: de naam van Jim Lansing. Want ondanks diens financiële problemen had hij nog altijd en ijzersterke reputatie in het ontwerpen van audio-elektronica van topkwaliteit. Thomas lanceerde de Jim Lansing Signature lijn, een serie luidsprekers met een superieure kwaliteit op het gebied van ontwerp en fabricage.
Maar één serie luidsprekers was niet genoeg om het bedrijf boven water te houden – vooral nadat Altec Lansing opnieuw met juridische acties dreigde tegen het gebruik door Thomas van de waardevolle naam ‘Lansing’. Na langdurige onderhandelingen ging Thomas ermee akkoord om die naam niet langer te gebruiken. Vanaf dat moment gingen James B. Lansing Sound, Incorporated en haar producten onder de naam ‘JBL’ door het leven.
Thomas zorgde ervoor dat zijn bedrijf bij de tijd bleef. Toen bioscopen stereogeluid introduceerden sloot JBL contracten met fabrikanten van bioscoop-audio als Ampex en Westrex om voor hen nieuwe componenten te ontwikkelen.
In de vroege jaren 1950 werden de eerste high-quality consumenten-audio componenten ontwikkeld. De term “hifi” (high fidelity) deed zijn intrede in de Amerikaanse woordenschat en populaire tijdschriften besteedden veel aandacht aan de nieuwe platenspelers. Om optimaal profijt te trekken van deze nieuwe markt, trok Thomas de industriële ontwerper William Hartsfield aan, die een luidspreker ontwierp die vanzelfsprekend de ‘Hartsfield’ werd genoemd. Deze luidspreker werd een verkoophit en JBL was in één klap een belangrijke speler op de markt voor ‘home audio’.
In 1957 creëerden Richard Ranger en ontwerper Arnold Wolf het opvallende geluidssysteem ‘Paragon’. De Paragon was ingebouwd in een elegante, hardhouten kast en sprak consumenten aan omdat het niet alleen een heel goede platenspeler, maar ook een mooi meubel voor in de huiskamer was. Het product was zo populair, dat JBL de Paragon ruim 25 jaar lang kon blijven produceren en verkopen.
Terwijl het aandeel van JBL op de consumentenmarkt voor luidsprekers en andere audiocomponenten bleef groeien, werd het bedrijf ook actief op wat men nu ‘Pro audio’ noemt. In de jaren 1950 noemde de pionier van de elektrische gitaar, Leo Fender, het model D130 van JBL de ideale luidspreker voor zijn creaties. Gitaristen van over de hele wereld begonnen hun instrument op de D130 luidsprekers aan te sluiten.
Enkele jaren later, in de vroege jaren 1960, werkte JBL samen met Capitol Records (het platenlabel van o.a. de Beatles en de Beach Boys) om monitors te ontwikkelen voor hun opnamestudio's. Het resultaat van deze samenwerking, het 4320 systeem, werd zo enthousiast onthaald, dat de professionele afdeling van JBL tot op vandaag onderdelen ontwikkelt voor opnamestudio's over de hele wereld.
Aangemoedigd door deze successen richtte William Thomas in de late jaren 1960 officieel ‘JBL Professional’ op als een afzonderlijke afdeling van het bedrijf. De consumentenafdeling bleef gewoon JBL heten.
Sidney Harman was, samen met Bernard Kardon, oprichter van het audio-bedrijf Harman Kardon, dat, net als JBL, als innovatief bekend stond. Zo ontwikkelde Harman Kardon onder meer de stereo-ontvanger.
Maar Harman wilde haar positie op de audio-markt versterken. Met de winst die Harman Kardon opgeleverde kon hij de Jervis Corporation, een klein in New York gevestigd concern, overnemen. Jervis deed vervolgens een bod op JBL.
Na twintig jaar investeren in één van de grootste successen in de audio-wereld was William Thomas bereid om JBL te verkopen. In 1969 werd de deal gesloten. JBL was nu eigendom van Jervis, dat later Harman International Industries, Incorporated zou worden. Arnold Wolf, de ontwerper van de Paragon en van het JBL logo, werd president van JBL.
Onder de vleugels van Harman groeide JBL uit tot wat het vandaag is: een producent van audio-apparatuur die zijn vakkennis inzet voor de ontwikkeling van geluidssystemen voor bioscopen en opnamestudio's, en die deze ook toepast op consumentenproducten. In 1969 paste het de technologie van de modellen 4310 en 4311 monitors (bijzonder populair in opnamestudio's) ook toe in de L100 luidspreker voor thuisgebruik. De L100 werd een enorm succes:in de 70-er jaren werden er meer dan 100.000 exemplaren van verkocht.
Naast het gebruik van bestaande technologieën zorgde JBL in de jaren 1970 en 1980 ook voor enkele nieuwe, innoverende doorbraken. In het midden van de jaren 1970 ontwikkelden de JBL ingenieurs bijvoorbeeld ‘Symmetrical Field Geometry™’, een luidsprekersysteem dat de geluidsvervorming beperkt. Enkele jaren later ontwikkelden ze de Bi-Radial® hoorntechnologie, die de geluidsprestaties over een breed frequentiespectrum verbetert.
De internationaal bekende naam van Harman International hielp JBL ondertussen om een koperspubliek te bereiken dat anders nooit met JBL producten in aanraking zou zijn gekomen. Het bedrijf boekte vooral indrukwekkende successen in Japan. Sinds de jaren 1980 werden de ultra-high-end luidsprekers, zoals de prestigieuze K2 en de krachtige Everest DD6600, die een indrukwekkend, ruimtevullend geluid produceert, enthousiast onthaald in de Japanse audio-pers. Daarop haalden ze zeer hoge verkoopcijfers in de Japanse markt.
Tientallen jaren stond Sidney Harman aan het hoofd van Harman International Industries. In mei 2007, aan de vooravond van zijn 88ste verjaardag, nam hij Dinesh Paliwal in dienst als Chief Executive Officer.
Voor hij naar Harman kwam, was Paliwal - een ingenieur met diploma's van het Indian Institute of Technology en de Miami University of Ohio op zak -, bestuursvoorzitter van ABB Ltd, wereldwijd marktleider op het gebied van energie- en automatiseringstechnologie. Nadat hij een jaar bij Harman International in dienst was, volgde hij Sidney Harman op als CEO.
Alle medewerkers van JBL hebben door de jaren heen alle veranderingen met belangstelling gevolgd, maar deze konden hen niet afleiden van hun belangrijkste zorg: het ontwikkelen en produceren van schitterende audio-producten. Zo hebben ze in samenwerking met sportkledingfabrikant Roxy een nieuwe modetrend gezet op het gebied van kleurrijke koptelefoons Ze hebben luidsprekers en spelers ontwikkeld voor nieuwe entertainmentapparatuur zoals high-definition televisie, Blu-ray Disc™ technologie en de nieuwste iPod en iPhone modellen van Apple. En ze blijven voortdurend op zoek naar nieuwe mogelijkheden.
Op welke terreinen die liggen? Daarover is nu nog niet veel zeggen (elk bedrijf heeft zo zijn bedrijfsgeheimen), maar één ding staat vast: de mensen achter JBL willen de traditie van high-quality vakkennis en technologische innovaties voortzetten en we weten zeker dat Jim Lansing trots op ze zou zijn.